Mesdag verhuisde naar Brussel waar hij drie jaar lang bij de schilder Willem Roelofs in de leer was. In 1868 bracht hij met zijn broer Taco een bezoek aan het Duitse waddeneiland Norderney en raakte gefascineerd door de zee, zozeer zelfs dat hij het jaar daarop naar Den Haag verhuisde waar hij elke dag zee en strand kon gadeslaan en vastleggen.

In 1870 stuurde hij twee schilderijen in voor de Parijse Salon en won, als volslagen onbekende, met zijn “Les Brisants de la Mer du Nord” een medaille. Dit betekende Mesdags grote doorbraak en met zijn al vroeg ontwikkelde handelsgeest wist hij in de volgende jaren in binnen- en buitenland zijn naam te vestigen. Zijn faam als zeeschilder leverde hem in 1880 de opdracht op van een Belgische firma om een panorama te schilderen.

Na het faillissement van de Belgische firma kocht hij in 1886 zijn Panorama, dat hij als één van zijn belangrijkste werken beschouwde. Hij nam de financieel onaantrekkelijke exploitatie zelf ter hand en droeg tot aan zijn dood jaarlijks uit eigen zak bij om de verliezen te dekken. Hij liet ingrijpende verbouwingen uitvoeren, waarbij onder meer de huidige zalen werden aangebouwd voor het tentoonstellen van werken die zijn faam als zeeschilder recht deden.

Kunstenaarsechtpaar

Hendrik Willem Mesdag is na zijn schooltijd gaan werken in het effecten- en kassiersbedrijf van zijn vader, genaamd ‘Mesdag en Zonen’. Hoewel Mesdag een goed handelsman bleek, lag zijn hart bij de kunst.

In de eerste huwelijksjaren met Sientje van Houten besefte hij dat zijn toekomst daar lag. Sientje moedigde hem aan om zich meer in de kunst te verdiepen en Mesdag zegde zijn baan op. De keuze van haar man om zich te wijden aan het kunstenaarsbestaan was mede mogelijk geworden door de erfenis die Sientje ontving na de dood van haar vader in 1864.

In 1866 verhuisden Sientje en Hendrik Willem en hun tweejarig zoontje Klaas naar Brussel, waar hij zich geheel kon wijden aan de schilderkunst. In het kunstenaarsmilieu waar zij in Brussel – en later in Den Haag – terechtkwamen voelde het echtpaar zich erg thuis. Hun huis in Brussel was een ontmoetingsplaats voor kunstenaars waaronder Mesdags neef Laurens Alma Tadema (1836-1912), W. Roelofs (1822-1897) en P.J.C. Gabriël (1828-1903).

Cultureel ondernemer

Mesdag was inmiddels een zeer geziene figuur in het Haagse kunstleven. Sinds zijn komst naar Den Haag was hij lid van Pulchri Studio, waarvan hij van 1889 tot 1907 voorzitter was en vervolgens erevoorzitter. Hij nam rond 1900 het initiatief tot de verhuizing van het genootschap naar het pand aan het Lange Voorhout en financierde met zijn vrouw een deel van de verbouwing. In 1876 was hij één van de oprichters van de Hollandsche Teekenmaatschappij, waarvan hij voorzitter was tot 1885.

Met Sientje had Mesdag een huis laten bouwen aan de Laan van Meerdervoort, waarin ook hun verzameling eigentijdse Franse en Nederlandse kunst gehuisvest was. Huis en verzameling, tegenwoordig De Mesdag Collectie, schonk hij in 1903 aan de Nederlandse Staat.

  • Stapel stenen, 1868. Hendrik Willem Mesdag.
  • Bij de stad Brussel, 1868. Hendrik Willem Mesdag.
  • Na de storm van 1894, 1896. Hendrik Willem Mesdag.
  • De Noordzee, 1905. Hendrik Willem Mesdag.
  • Maan bij avond, 1899. Hendrik Willem Mesdag.
  • Jubileumfeest in studio Pulchri. Staand v.l.n.r. Jozef Israels, Sientje Mesdag-Van Houten en Hendrik Willem Mesdag.